ECLI:NL:CRVB:2022:463
Centrale Raad van Beroep · 25-02-2022 · zaaknummer 21/2064 WIA
Inhoudsindicatie
In geschil is het Uwv terecht heeft geweigerd de IVA-uitkering van appellante te verhogen tot 100% van de voor haar geldende grondslag. De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellante afdoende besproken en met juistheid geoordeeld dat deze gronden niet slagen. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen worden onderschreven. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat de verzekeringsartsen inzichtelijk en overtuigend hebben gemotiveerd dat appellante niet in een althans voorlopig blijvende toestand van hulpbehoevendheid verkeert, welke geregelde oppassing en verzorging nodig maakt. Niet is gebleken dat de verzekeringsartsen over onvoldoende informatie beschikten. Uit wat is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
- F.J.M. Kobussen
- K. Affia
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
