ECLI:NL:CRVB:2022:461
Centrale Raad van Beroep · 24-02-2022 · zaaknummer 20/4059 WIA
Inhoudsindicatie
De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat niet is gebleken van een verschoonbare termijnoverschrijding. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen worden onderschreven. De aard en ernst van de aandoeningen van appellant kunnen naar het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet rechtvaardigen dat rond 6 september 2019 een zodanige achteruitgang in cognitieve capaciteiten is opgetreden, dat een verschoonbare reden valt vast te stellen voor het te laat indienen of het te laat laten indienen van het bezwaarschrift. De door appellant in hoger beroep aangeleverde (medische) gegevens bieden onvoldoende aanknopingspunten om aan de juistheid van dit standpunt te twijfelen. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
