ECLI:NL:CRVB:2022:450
Centrale Raad van Beroep · 24-02-2022 · zaaknummer 20/1773 ZW
Inhoudsindicatie
In dit geding gaat het om de vraag of het Uwv de ZW-uitkering van appellant terecht per 3 september 2016 heeft beëindigd. De frequentie van de migraineaanvallen ten tijde hier in geding is door appellant gesteld op twee tot vijf keer per week en gemiddeld op drie tot vier keer per week. De rechtbank is hiervan ook uitgegaan in de uitspraak van 10 december 2018 en deze frequentie komt ook overeen met wat de huisarts in het telefoongesprek met de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 18 maart 2019 hierover heeft vermeld, namelijk dat de hoofdpijn van appellant in juli 2016 een migraineus karakter heeft, waarvoor appellant medicatie krijgt (imigran), die appellant enkele malen per maand gebruikt, en dat in het najaar sprake is van vier keer per week hoofdpijn. Het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat hieruit blijkt dat appellant niet meer dan 25% van de arbeidsduur zal verzuimen, kan niet worden gevolgd. Dat betekent dat bij gebrek aan andere medische gegevens uit moet worden gegaan van de ernst en de duur van een aanval, zoals door appellant beschreven, te weten dat een migraineaanval zeker een dag duurt voordat hij is hersteld. Een frequentie van migraineaanvallen van drie tot vier keer per week, met een gemiddelde duur van een dag, leidt tot een verzuimpercentage wat als excessief bestempeld kan worden. Dat heeft tot gevolg dat van een werkgever in redelijkheid niet gevergd kan worden appellant in dienst te nemen, als bedoeld in artikel 9, aanhef en sub e, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. De overwegingen leiden tot de conclusie dat het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Daarmee wordt het ziekengeld van appellant per 3 september 2016 voortgezet. De Raad bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit. De Raad wijst het verzoek van appellant toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van schade in de vorm van wettelijke rente over de nog na te betalen uitkering. Tevens is aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Rechters
Advocaten
- M.R. Meulenberg-ten Hoor
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
