Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2022:447

Centrale Raad van Beroep · 24-02-2022 · zaaknummer 18/2161 WIA

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 07-03-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In geschil is de vraag of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant in de zin van de Wet WIA terecht met ingang van 6 april 2017 heeft vastgesteld op minder dan 35% en terecht de WGA-uitkering van appellant met ingang van 19 juni 2017 heeft beëindigd. Het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat appellant de klachten aan armen, handen en vingers niet heeft gemeld kan niet worden gevolgd. Gelet op het herhaaldelijk vermelden van deze klachten had het in de rede gelegen dat tijdens een spreekuur van een verzekeringsarts de functies van de armen en handen waren onderzocht. Doordat dit is nagelaten is het medisch onderzoek in deze zaak niet voldoende zorgvuldig geweest. Het argument van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voor het feit dat per latere datum wel beperkingen zijn aangenomen voor het gebruik van armen en handen dat een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling een momentopname is, mede gelet op het ontbreken van lichamelijk onderzoek aan de armen en handen voorafgaande of rond de beoordelingsdatum in deze zaak, onvoldoende overtuigend. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het bestreden besluit onzorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd, zodat het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet in stand kan blijven. Dit betekent dat het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in een rapport van 25 februari 2021 geconcludeerd dat de geselecteerde functies ook geschikt zijn wanneer beperkingen worden aangenomen op de in 4.7 genoemde beoordelingspunten. De Raad heeft geen reden om hieraan te twijfelen. Appellant heeft niet betwist dat de belasting voor het gebruik van handen en armen, zoals aangenomen voor 6 augustus 2018, onjuist is. Ook heeft appellant de conclusie van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in het rapport 25 februari 2021 niet betwist. Hiervan uitgaande is inzichtelijk en overtuigend toegelicht dat de geselecteerde functies voor appellant, ook met de extra beperkingen voor het gebruik van handen en armen, geschikt zijn. De Raad ziet in wat in 4.7 en 4.8 is overwogen aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit van 19 oktober 2017 in stand te laten. Aanleiding bestaat om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant.

Rechters

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.