ECLI:NL:CRVB:2022:446
Centrale Raad van Beroep · 24-02-2022 · zaaknummer 17/8255 WIA
Inhoudsindicatie
De Raad stelt vast dat ter zitting van de Raad van 13 januari 2022 is komen vast te staan dat appellant met zijn hoger beroep heeft beoogd uitsluitsel te krijgen over de vraag of het Uwv het bevoegde bestuursorgaan is om hem met ingang van 1 maart 2016 een vervoersvoorziening te verstrekken. Volgens appellant is dat niet het geval en ligt die taak bij zijn werkgever in het kader van diens re-integratieverplichting. Ter bescherming van zijn rechten heeft hij bij het Uwv een pro-formaverzoek ingediend om toekenning van een vervoersvoorziening. Gelet op 4.2 is de Raad van oordeel dat de vraag of appellant procesbelang heeft ontkennend beantwoord moet worden. Het rechtsmiddel van hoger beroep is verder niet bedoeld om uitsluitend kwesties van principiële aard beslist te zien. Het hoger beroep van appellant moet daarom, in verband met het ontbreken van voldoende procesbelang, niet-ontvankelijk worden verklaard.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
