ECLI:NL:CRVB:2022:43
Centrale Raad van Beroep · 05-01-2022 · zaaknummer 20/3128 WIA
Inhoudsindicatie
In geschil is de vraag of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant in de zin van de Wet WIA terecht met ingang van 5 december 2018 heeft vastgesteld op minder dan 35% en terecht heeft geweigerd aan appellant een WIA-uitkering toe te kennen. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, is in essentie een herhaling van de gronden die hij al in beroep naar voren heeft gebracht. De rechtbank heeft deze gronden in de aangevallen uitspraak afdoende besproken. Het oordeel van de rechtbank en de aan dit oordeel ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapporten van 19 februari 2021 en 30 november 2021 overtuigend gemotiveerd waarom de brief van neuroloog [N] van 6 november 2020 geen aanleiding geeft de FML van 21 mei 2019 te wijzigen. Er bestaat geen reden voor twijfel aan de juistheid van de in de FML van 21 mei 2019 vermelde beperkingen. Dit betekent dat het bestreden besluit berust op een juiste medische grondslag. Uitgaande van de juistheid van de FML van 21 mei 2019 moet appellant op de datum in geding in staat worden geacht de werkzaamheden verbonden aan de geduide functie te kunnen verrichten. Het Uwv heeft op basis van deze functies terecht geconcludeerd dat appellant met ingang van 5 december 2018 minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geen recht heeft op een WIA-uitkering. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
