ECLI:NL:CRVB:2022:418
Centrale Raad van Beroep · 17-02-2022 · zaaknummer 19/2615 ZW
Inhoudsindicatie
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv aan appellante met ingang van 1 mei 2017 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen heeft toegekend. Nu het Uwv niet heeft betwist dat aan appellante is tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep heeft moeten maken zoals partijen zijn overeengekomen. In aanvulling daarop wordt het volgende overwogen. In de bijlage bij het Besluit wordt een limitatieve opsomming gegeven van de proceshandelingen waarvoor een forfaitaire vergoeding kan worden toegewezen. In vergoeding van de te betalen eigen bijdrage aan de rechtsbijstandsverzekeraar, zoals door appellante is verzocht, is daarbij niet voorzien. Deze kosten komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
