ECLI:NL:CRVB:2022:416
Centrale Raad van Beroep · 17-02-2022 · zaaknummer 17/310 ZW
Inhoudsindicatie
In geschil is de vraag of het Uwv terecht heeft vastgesteld dat appellante op 17 december 2015 in staat was tot het verrichten van haar arbeid en terecht geen ZW-uitkering aan haar heeft toegekend. De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de juistheid van het bestreden besluit. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen worden geheel onderschreven. Daaraan wordt toegevoegd dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in haar rapport van 17 januari 2022 overtuigend heeft onderbouwd dat appellante op 17 december 2015 in staat moet worden geacht om de functie van inpakker te vervullen. Zoals de verzekeringsarts bezwaar en beroep terecht stelt komen uit de brief van de psycholoog van 4 juni 2019 geen nieuwe medische feiten naar voren die toezien op de datum in geding. Voorts is onderkend dat de functionele mogelijkheden van appellante op de datum in geding beperkt waren. Daarmee is ook rekening gehouden. Wat betreft de stelling van appellante over matige beheersing van de Nederlandse taal, is door het Uwv terecht gewezen op vaste rechtspraak van de Raad. De overwegingen leiden tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
