ECLI:NL:CRVB:2022:330
Centrale Raad van Beroep · 28-01-2022 · zaaknummer 21/1999 WUV
Inhoudsindicatie
Vaste rechtspraak over een ongeboren vrucht. Vervolgde in de zin van de Wuv of als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo. Appellant is in november 1944 in bevrijd gebied is geboren. Om die reden heeft hij geen vervolging in de zin van de Wuv ondergaan en kan hij evenmin in met vervolging vergelijkbare omstandigheden hebben verkeerd. Voor een onderzoek naar het mogelijk kunnen toepassen van de anti-hardheid van artikel 3, tweede lid, van de Wuv heeft verweerder op goede gronden geen aanleiding gezien. Het is ook de Raad niet gebleken dat appellant oorlogsgeweld heeft meegemaakt als bedoeld in de Wubo. De omstandigheid dat de ouders van appellant geïnterneerd zijn geweest brengt niet mee dat appellant zelf oorlogsgeweld in de zin van de Wubo heeft meegemaakt. Ten tijde van de internering van zijn ouders was appellant immers nog niet geboren.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
