ECLI:NL:CRVB:2022:306
Centrale Raad van Beroep · 17-02-2022 · zaaknummer 19/4951 AW
Inhoudsindicatie
Disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag ten onrechte opgelegd. Met appellant is de Raad van oordeel dat de door de korpschef genoemde feiten en omstandigheden onvoldoende zijn voor de conclusie dat appellant had moeten vermoeden dat er sprake was van een malafide hypotheekverstrekker. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat appellant zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim. De korpschef was dan ook niet bevoegd appellant op die grond te ontslaan.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
