ECLI:NL:CRVB:2022:2848
Centrale Raad van Beroep · 29-12-2022 · zaaknummer 20/2605 WIA
Inhoudsindicatie
Dagloon WIA-uitkering na WW. De Raad heeft eerder over artikel 15 van het Dagloonbesluit geoordeeld dat de tekst, de systematiek, noch de nota van toelichting bij het Besluit concrete aanknopingspunten bieden om een reguliere uitbetaling van een WW-uitkering, die na correcte toepassing van artikel 33, eerste lid, van de WW is gedaan na afloop van het refertejaar, te beschouwen als te zijn gedaan in het refertejaar. Daarbij is van belang geacht dat de in artikel 15 van het Dagloonbesluit neergelegde keuze om voor het moment waarop loon – waaronder ook uitkeringen worden verstaan – wordt genoten, uit te gaan van de opgave aan de Belastingdienst, een politiek-bestuurlijke afweging is, die door de rechter slechts terughoudend kan worden getoetst (vgl. CRvB 31 augustus 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2195). De wijze van aangifte bij de Belastingdienst door het Uwv van de uitbetaling van WW-uitkeringen geeft geen aanleiding om van dit oordeel af te wijken. De Raad onderkent dat deze wijze van vaststelling tot een negatief en blijvend effect op het WIA-dagloon kan leiden, doordat een maand WW-uitkering niet wordt meegeteld. Het is echter niet aan de rechter maar aan de besluitgever om hierover keuzes te maken en desgewenst de regeling aan te passen.
Advocaten
- M.A.M. Kools
- Mr. H.M.A. van den Boogaard
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
