ECLI:NL:CRVB:2022:241
Centrale Raad van Beroep · 12-01-2022 · zaaknummer 20/1101 WIA
Inhoudsindicatie
In geschil is de vraag of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant in de zin van de Wet WIA terecht met ingang van 12 november 2018 heeft vastgesteld op minder dan 35% en terecht de WIA-uitkering van appellant heeft beëindigd per die datum. Geen aanleiding anders te oordelen dan de rechtbank in de aangevallen uitspraak, de overwegingen worden geheel onderschreven. De grond van appellant dat de psychische belastbaarheid is onderschat en dat ten onrechte geen urenbeperking is aangenomen, slaagt niet. De grond van appellant dat zijn benauwdheidsklachten zijn onderschat, slaagt ook niet. Geen reden tot benoemen onafhankelijk deskundige. Appellant wordt ook niet gevolgd in zijn standpunt dat de geselecteerde functies op de datum in geding niet actueel waren. Het standpunt van appellant dat zijn maatmanloon te laag is vastgesteld doordat hij in eerdere ziekteperiodes over een aantal wachtdagen geen loon heeft ontvangen, slaagt niet. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
- A.C. Cornelisse
- Mr. L. van Etten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
