ECLI:NL:CRVB:2022:2360
Centrale Raad van Beroep · 25-10-2022 · zaaknummer 20 / 3608 PW
Inhoudsindicatie
Terugvordering van bijstand. Erfenis. Beide ouders overleden. Niet-opeisbare vordering. Schuld aan ouders. Op grond van de wettelijke verdeling van de nalatenschap ontstaat de aanspraak op een erfdeel op het moment dat de eerste ouder overlijdt, maar kan die aanspraak pas worden geëffectueerd op het moment dat ook de tweede ouder komt te overlijden. De bijstand kan pas worden teruggevorderd nadat beide ouders zijn overleden en het bijstandsgerechtigde kind feitelijk de beschikking heeft gekregen over zijn deel van de nalatenschap. Voor de aanspraak op de erfdelen moeten dan twee periodes worden onderscheiden. Een niet-opeisbare vordering levert bij uitbetaling naderhand verkregen middelen op. Op de peildatum moest naast de niet-opeisbare vordering op moeder, ook de schuld aan moeder in aanmerking worden genomen. Het dagelijks bestuur heeft tot een te hoog bedrag aan bijstand teruggevorderd.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
