ECLI:NL:CRVB:2022:2357
Centrale Raad van Beroep · 02-11-2022 · zaaknummer 21 / 334 WSF
Inhoudsindicatie
De minister heeft het bezwaar tegen de brief van 11 november 2019 terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat deze brief geen besluit bevat waartegen bezwaar kan worden gemaakt. De brief van 11 november 2019 is niet gericht op enig rechtsgevolg, voor zover dit betrekking heeft op de terugbetalingsverplichting en de hoogte van de schuld. Immers, appellant is al eerder kenbaar gemaakt dat de reisvoorziening in de vorm van prestatiebeurs is verstrekt, onder meer in de besluiten van 20 augustus 2016 en 27 november 2017.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
