ECLI:NL:CRVB:2022:2109
Centrale Raad van Beroep · 13-09-2022 · zaaknummer 20/2359 PW
Inhoudsindicatie
Herziening van bijstand. Geen schending inlichtingenverplichting. Niet redelijkerwijs duidelijk. PW art. 17 lid 1 en 54 lid 3 Het college mocht de bijstand van betrokkene niet herzien en terugvorderen op de grond dat zij de inlichtingenverplichting heeft geschonden. Het college heeft bewerkt dat bij betrokkene een onjuiste voorstelling is ontstaan over de omvang en de strekking van de inlichtingenverplichting, namelijk dat de stortingen en bijschrijvingen niet van invloed waren of konden zijn op haar recht op bijstand. Onder deze specifieke omstandigheden kan in dit geval daarom niet worden gezegd dat het betrokkene redelijkerwijs duidelijk moest zijn dat de stortingen en bijschrijvingen op haar Israëlische bankrekening van invloed konden zijn op haar recht op bijstand en dat zij daarover dus informatie moest (blijven) verstrekken aan het college. Het college was ook niet bevoegd om met toepassing van artikel 54, derde lid, tweede volzin, van de PW de bijstand van betrokkene te herzien. Betrokkene hoefde er namelijk niet op bedacht te zijn dat zij door de stortingen en bijschrijvingen op haar Israëlische bankrekeningen te veel bijstand ontving.
Advocaten
- E.B. Jobse
- L. van den Buijs
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
