ECLI:NL:CRVB:2022:1985
Centrale Raad van Beroep · 14-09-2022 · zaaknummer 21/914 ZW
Inhoudsindicatie
21/914 ZW. Appellant wordt niet gevolgd in zijn stelling dat in de FML (verdergaande) beperkingen hadden moeten worden aangenomen in verband met het gebruik van krukken ten tijde van belang. Appellant ook niet gevolgd in zijn stelling dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn rugklachten. Wat betreft de psychische klachten bestaat er geen reden om voor wat betreft de datum in geding, 26 maart 2019, verdergaande beperkingen aan te nemen. De geselecteerde functies zijn geschikt voor appellant. 21/915 WIA. De ZW-uitkering is dus terecht beëindigd. Het Uwv heeft terecht een WIA-uitkering per 25 april 2019 geweigerd omdat de wachttijd van 104 weken per die datum niet is volgemaakt.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
