ECLI:NL:CRVB:2022:1981
Centrale Raad van Beroep · 25-08-2022 · zaaknummer 20/3570 ZW
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft met juistheid het standpunt van het Uwv gevolgd dat appellante op 26 november 2019 geschikt was voor haar arbeid. Het oordeel van de rechtbank en de overwegingen die tot dat oordeel hebben geleid worden, met verbetering van gronden, onderschreven. De verzekeringsartsen hebben vastgesteld dat appellante forse beperkingen heeft in persoonlijk en sociaal functioneren. Op basis van informatie van appellante hebben zij vastgesteld dat haar werk als schoonmaakster niet mentaal belastend was. Daarmee is voldoende onderbouwd dat appellante op 26 november 2019 in staat was haar arbeid als bedoeld in artikel 19 van de Ziektewet te verrichten.
Rechters
Advocaten
- L. van Os
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
