ECLI:NL:CRVB:2022:193
Centrale Raad van Beroep · 20-01-2022 · zaaknummer 21/1924 WIA
Inhoudsindicatie
In geschil is de vraag of de rechtbank juist heeft geoordeeld dat het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante in de zin van de WIA terecht met ingang van 11 september 2019 heeft vastgesteld op 44,36%. Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, is in essentie een herhaling van de gronden die zij al in beroep naar voren heeft gebracht. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de aan dit oordeel ten grondslag gelegde overwegingen. De in hoger beroep door appellante ingestuurde informatie van de revalidatiearts Ter Steeg leidt niet tot een ander oordeel. De enkele stelling van appellant in hoger beroep dat de door haar gebruikte medicatie bijwerkingen geven, leidt bij gebreke van een motivering dan wel verdere onderbouwing daarvan niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
