ECLI:NL:CRVB:2022:190
Centrale Raad van Beroep · 19-01-2022 · zaaknummer 20/2633 WIA
Inhoudsindicatie
In geschil is de vraag of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant in de zin van de Wet WIA terecht met ingang van 10 juli 2018 heeft vastgesteld op minder dan 35% en terecht heeft geweigerd aan appellant een WIA-uitkering toe te kennen. De overwegingen van de rechtbank over de medische beoordeling worden onderschreven. Appellant wordt niet gevolgd in zijn standpunt dat zijn beperkingen zijn onderschat. De verzekeringsarts heeft in zijn rapport van 14 februari 2019 de fysieke beperkingen van appellant na een bedrijfsongeval onderkend, en de door de behandelend sector gestelde diagnose en het uitgebreide multidisciplinair revalidatraject, dat appellant heeft doorlopen tot juli 2018, in zijn oordeelsvorming meegewogen. De verzekeringsarts heeft in een FML van 14 februari 2019 rekening gehouden met de heup-, been-, arm- en schouderklachten van appellant. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft onderkend dat appellant een ernstig ongeval heeft doorgemaakt en beperkt belastbaar is. Het is voorstelbaar dat appellant zich erover heeft verbaasd dat het van toepassing zijnde arbeidsongeschiktheidspercentage lager is uitgevallen dan vóór het bedrijfsongeval, in het kader van een Eerstejaars Ziektewetbeoordeling uit 2014. In het kader van de nu aan de orde zijnde WIA-beoordeling zijn echter wel degelijk beduidend méér beperkingen aangenomen dan toen. Dat het percentage in 2014 hoger uitviel is terug te voeren op het feit dat toen een hoger maatmaninkomen gold. De rechtbank heeft verder terecht geoordeeld dat appellant, uitgaande van de juistheid van de voor appellant vastgestelde belastbaarheid in de FML van 12 augustus 2019, in staat moet worden geacht om de voor hem geselecteerde functies te vervullen. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
