ECLI:NL:CRVB:2022:182
Centrale Raad van Beroep · 20-01-2022 · zaaknummer 19/2784 WIA
Inhoudsindicatie
In geschil is of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant in de zin van de Wet WIA terecht met ingang van 22 februari 2018 heeft vastgesteld op minder dan 35% en terecht de WIA-uitkering van appellant heeft beëindigd. De gronden van het hoger beroep zijn een herhaling van wat appellant in beroep heeft aangevoerd. De Raad verwijst naar de overwegingen van de aangevallen uitspraak, waarin de rechtbank de gronden uitgebreid heeft besproken en overtuigend heeft gemotiveerd waarom deze gronden niet slagen. Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe medische informatie ingebracht, die doet twijfelen aan de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep vastgestelde beperkingen. Voor een urenbeperking heeft het Uwv terecht geen aanleiding gezien, omdat daarvoor geen medische onderbouwing is. De klachten en beperkingen van appellant zijn niet onderschat. De onderzoeksrapportage van de HKS ziet niet op de datum in geding. Er is geen aanleiding om het Uwv niet te volgen in de uitleg over de geschiktheid van de functies. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
