Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2022:180

Centrale Raad van Beroep · 19-01-2022 · zaaknummer 18/5337 ZW

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 26-01-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Aangevallen uitspraak 1. Anders dan appellant ter zitting heeft betoogd, is het niet strijdig met de beoordelingssystematiek van de WIA en de ZW dat in het kader van een aanvraag op grond van de WIA wordt geoordeeld dat de betrokkene beschikt over resterende verdiencapaciteit, als gevolg waarvan het ziekengeld wordt beëindigd in het kader van een zogeheten toetsing verbetering belastbaarheid in het tweede ziektejaar (TVB2) en dat vervolgens niet wordt toegekomen aan een beoordeling in het kader van de WIA omdat de wachttijd van 104 weken niet is volgemaakt. Ook wordt appellant niet gevolgd in zijn standpunt dat functies die ten tijde van de EZWb zijn verworpen daarna niet alsnog geselecteerd mochten worden bij de TVB2. Het Uwv heeft tot slot toereikend gemotiveerd dat de belastbaarheid van appellant met de belasting in de geselecteerde functies niet wordt overschreden. Dit betekent dat het Uwv het ziekengeld terecht per 19 oktober 2017 heeft beëindigd. Gelet hierop heeft het Uwv eveneens terecht bepaald dat appellant niet aan de vereiste wachttijd van 104 weken arbeidsongeschiktheid voldoet, zodat hij op grond van het gestelde in artikel 23, eerste lid, van de Wet WIA, niet voor een WIA-uitkering in aanmerking komt. Aangevallen uitspraken 2, 3 en 4. De rechtbank wordt gevolgd in haar oordeel dat de medische onderzoeken die aan de bestreden besluiten 2 tot en met 4 ten grondslag liggen zorgvuldig zijn geweest. De rechtbank heeft terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat het Uwv de belastbaarheid van appellant op de data in geding onjuist heeft ingeschat. De rechtbank wordt ook gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de besluiten ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant. Met de rechtbank wordt tot slot geoordeeld dat geen aanleiding bestaat om het besluit van 5 december 2018 of het besluit van 29 juli 2019 om formele redenen voor onjuist te houden. De overwegingen die tot dat oordeel hebben geleid worden onderschreven. De hoger beroepen slagen niet en de aangevallen uitspraken 2 tot en met 4 moeten worden bevestigd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.