ECLI:NL:CRVB:2022:1602
Centrale Raad van Beroep · 12-07-2022 · zaaknummer 21/3888 TOZO
Inhoudsindicatie
Afwijzing TOZO-aanvraag. Studiefinanciering is voorliggende voorziening. Beroep op discriminatieverbod van artikel 14 EVRM en artikel 26 IVBPR en het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4 Awb slaagt niet. Studiefinanciering op grond van de Wsf 2000 is aan te merken als een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de betrokkene toereikend en passend te zijn. Dat die studiefinanciering (geheel) in de vorm van een rentedragende lening wordt verstrekt, maakt dit niet anders. Dit betekent dat het college terecht heeft geconcludeerd dat artikel 15 van de PW in de weg stond aan verlening van algemene bijstand op grond van de Tozo aan appellant. Voor zover met betrekking tot het door appellant bedoelde onderscheid tussen student-ondernemers en andere ondernemers al sprake zou zijn van onderscheid tussen gelijke gevallen, is de wetgever met het door artikel 15 van de PW ontstane onderscheid binnen de door hem toekomende beoordelingsmarge gebleven. Gelet op het verplichtende karakter van artikel 15 van de PW bestaat in beginsel geen ruimte voor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
