ECLI:NL:CRVB:2022:1601
Centrale Raad van Beroep · 12-07-2022 · zaaknummer 19/2261 PW
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvragen om bijstand. Hoofdverblijf niet aannemelijk gemaakt. Onderscheid verschillende periodes vanwege verschil in toetsingskader. Indien een eerdere aanvraag om periodieke bijstand is afgewezen en de betrokkene een nieuwe aanvraag indient gericht op het verkrijgen van bijstand met ingang van een later gelegen datum, ligt het op de weg van de aanvrager om aan te tonen dat sprake is van een wijziging van omstandigheden in die zin dat hij op dat latere tijdstip wel voldoet aan de voorwaarden voor het recht op bijstand. Voor een periode dat het college nog niet eerder een besluit heeft genomen, geldt dat in beginsel geen bijstand wordt verleend over een periode voorafgaand aan de datum waarop de betrokkene zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen of – in voorkomende gevallen – een aanvraag om bijstand heeft ingediend. Voor een periode waarover het college al eerder een besluit heeft genomen, geldt dat de bestuursrechter aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden toetst of de bijstandverlenende instantie zich terecht, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn als bedoeld in artikel 4:6 Awb.
Rechters
Advocaten
- D.K. van der Marel
- G.H. Amstelveen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
