ECLI:NL:CRVB:2022:1464
Centrale Raad van Beroep · 29-06-2022 · zaaknummer 20/4062 WAO
Inhoudsindicatie
In geschil is of het Uwv op goede gronden de WAO-uitkering van appellant met ingang van 19 mei 2019 heeft herzien en hem heeft ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 45 tot 55%. Op zitting is door appellant bevestigd dat, evenals in beroep, alleen de beperkingen als gevolg van de cognitieve klachten in geschil zijn. Het door appellant in hoger beroep overgelegd verslag van een neuropsychologisch onderzoek van juni 2021 van GGZ Oost Brabant leidt niet tot een ander oordeel. Het dateert van bijna twee jaar na de datum in geding en kan daarom geen geldigheid hebben voor de datum in geding. De voorgehouden functies gaan zijn beperkingen niet te boven en zijn daarmee voor hem in medisch opzicht geschikt te achten.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
