ECLI:NL:CRVB:2022:144
Centrale Raad van Beroep · 20-01-2022 · zaaknummer 21/313 MAW
Inhoudsindicatie
De Raad stelt vast dat aan appellanten nimmer een functie is toegewezen waaraan een hogere rang is verbonden dan de rang van [rang A]. Dit is ook niet in geschil. In zoverre biedt artikel 24, vierde lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) geen ruimte voor de door appellanten gewenste bevordering. Appellanten hebben aangevoerd dat gelijke arbeid in gelijke omstandigheden op gelijke wijze moet worden beloond, tenzij een objectieve rechtvaardigingsgrond een ongelijke beloning toelaat. Hierbij hebben appellanten verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 30 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2312. De Raad begrijpt de beroepsgrond van appellanten zo dat de bestreden besluiten in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel. Dit betoog slaagt niet. Uit de overwegingen volgt dat de hoger beroepen niet slagen en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
