ECLI:NL:CRVB:2022:1386
Centrale Raad van Beroep · 17-06-2022 · zaaknummer 21/2402 AOW
Inhoudsindicatie
De rechtbank is terecht tot het oordeel gekomen dat het bestreden besluit, gelet op de gedingstukken die voorhanden zijn, op een deugdelijke grondslag berust. Appellant heeft in de procedure die heeft geleid tot de uitspraak van 23 januari 2020 niet alle gegevens verstrekt die nodig zijn om op basis van eenvoudig verifieerbare feiten objectief te kunnen beoordelen of appellant in zijn pensioengatperiode al dan niet onevenredig zwaar is getroffen door onverkorte toepassing van artikel 7a van de AOW. Die kwestie is met de uitspraak van 23 januari 2020 afgedaan. Nieuw is dat aan appellant, nu hij in de pensioengatperiode niet verzekerd is geraakt voor de AOW, ingevolge artikel 7a van de AOW met ingang van 5 juni 2020 een AOW-ouderdomspensioen is toegekend van 68% in plaats van 70% van het maximale pensioenbedrag voor een gehuwde. Appellant mist hierdoor een bedrag van minder dan € 20,- bruto per maand. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellant niet met succes een beroep kan doen op artikel 17 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (Handvest).
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
