ECLI:NL:CRVB:2022:1380
Centrale Raad van Beroep · 02-06-2022 · zaaknummer 19/113 AOW
Inhoudsindicatie
De vraag of in een bepaald geval sprake is van een gezamenlijke huishouding dient te worden beantwoord aan de hand van objectieve factoren. Niet in geschil is dat appellante en X vanaf 14 april 2009 hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning, zodat aan het eerste criterium van een gezamenlijke huishouding is voldaan. Uit de tijdens het huisbezoek van 7 november 2017 ingevulde en ondertekende checklist en de rapportage volgt dat is voldaan aan het criterium van wederzijdse zorg als bedoeld in 4.5. Geen sprake van een commerciële relatie. De Svb was niet bevoegd om te beslissen op het tegen inhoudingsbesluit 1 gerichte bezwaar. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Inhoudingsbesluit 2 is geen bijkomende beschikking als bedoeld in artikel 4:125, eerste lid, van de Awb. Dit betekent dat de door appellante tegen dit besluit aangevoerde beroepsgrond in dit hoger beroep niet aan de orde kan komen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
