ECLI:NL:CRVB:2022:128
Centrale Raad van Beroep · 12-01-2022 · zaaknummer 20/576 WIA
Inhoudsindicatie
De vraag of sprake is van toegenomen beperkingen gaat vooraf aan de vraag waardoor deze worden veroorzaakt. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat er geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de juistheid van de conclusie van de verzekeringsartsen (bezwaar en beroep) in de rapporten van 10 oktober 2018 en 23 april 2019 dat geen sprake is van toegenomen beperkingen. De verzekeringsarts heeft geconcludeerd dat na 23 december 2014, de datum met ingang waarvan de WIA-uitkering per einde wachttijd is afgewezen, er geen periode is geweest waarbij de reeds zeer fors beperkte lichamelijke en psychische belastbaarheid, zoals neergelegd in de FML van 24 februari 2015, wordt overschreden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft uiteengezet dat, hoewel appellante zelf heeft aangegeven dat zij toegenomen klachten heeft, uit de anamnese, de onderzoeksbevindingen van de verzekeringsarts en uit het in bezwaar overgelegde huisartsenjournaal, niet afgeleid kan worden dat ten opzichte van de FML van 24 februari 2015 medisch objectief sprake is van toegenomen lichamelijke en psychische beperkingen. De belastbaarheid zoals opgesteld in de FML van 24 februari 2015 is nog steeds aan de orde. Gelet op de overwegingen heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat op grond van artikel 55 van de Wet WIA per 3 oktober 2017 geen recht op een WIA‑uitkering is ontstaan. Dit leidt tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
- A.M.M. Schal
- E.D.B. Groeneweg
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
