ECLI:NL:CRVB:2022:1275
Centrale Raad van Beroep · 02-06-2022 · zaaknummer 21/1152 ZW
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft terecht geen situatie aanwezig geacht zoals bedoeld in artikel 6:20, vijfde lid, van de Awb en het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen, terecht niet-ontvankelijk verklaard. Geen toekenning proceskostenvergoeding omdat door de gemachtigde van appellant in bezwaar geen proceshandelingen zijn verricht zoals omschreven in de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, is in dit geval geen plaats voor zelfstandige vergoeding van de gestelde schade uit de vertraagde uitbetaling van de ZW-uitkering. Met de door de rechtbank toegekende schadevergoeding van € 800,00 is appellant dan ook niet tekortgedaan. Er is geen sprake van aantasting in de persoon, als bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het BW. Appellant heeft onvoldoende onderbouwd dat hiervan wel sprake is. Het verzoek om immateriële schadevergoeding is door de rechtbank terecht afgewezen.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
