ECLI:NL:CRVB:2022:1271
Centrale Raad van Beroep · 02-06-2022 · zaaknummer 20/4430 ZW
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek om vergoeding van de door appellant ten gevolge van de onrechtmatige besluiten van 16 december 2014 en 29 april 2015 geleden schade. Met de vergoeding door het Uwv van de wettelijke rente wordt in beginsel alle schade die is ontstaan door vertraging in de voldoening van (een) geldsom(men) geacht te zijn voldaan. Het betoog van appellant, dat het Uwv onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld en op voet van artikel 6:162 van het BW de door hem geleden materiële schade moet vergoeden, slaagt dan ook niet. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat als gevolg van de onrechtmatige besluiten van 16 december 2014 en 29 april 2015 hij geestelijk leed heeft ondervonden, dat gezien de omstandigheden van dit geval als een aantasting van de persoon moet worden aangemerkt als bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, onder b, van het BW.
Advocaten
- M.R. Backer
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
