ECLI:NL:CRVB:2022:1241
Centrale Raad van Beroep · 19-05-2022 · zaaknummer 21/1931 AOW
Inhoudsindicatie
Appellant heeft op 10 januari 2020 een bezwaarschrift ingediend tegen de besluiten van 8 november 2019, welke besluiten appellant volgens zijn verklaring op 14 november 2019 heeft ontvangen. Dit betekent dat de Svb terecht heeft vastgesteld dat appellant bezwaar heeft gemaakt na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn. Appellant heeft in hoger beroep geen omstandigheden aangevoerd die leiden tot de conclusie dat de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar is te achten in de zin van artikel 6:11 van de Awb. Uit de overwegingen volgt dat de Svb het bezwaar van appellant tegen de bestreden besluiten terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Dit betekent dat de hoger beroepen van appellant niet slagen en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
