ECLI:NL:CRVB:2022:1178
Centrale Raad van Beroep · 19-05-2022 · zaaknummer 20/2043 AW
Inhoudsindicatie
Nu met het nader besluit niet aan de bezwaren van betrokkene is tegemoet gekomen, zal de Raad, gelet op de artikelen 6:19 en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht dit besluit mede in zijn beoordeling betrekken. Met het verzoek om terug te komen van het ontslagbesluit van 28 april 2015 beoogt betrokkene alleen het strafontslag per 1 mei 2015 ongedaan te maken. Het subsidiaire ontslag met ingang van 1 juni 2016 wegens ongeschiktheid voor zijn betrekking anders dan wegens ziekte of gebreken is niet in geschil. De aangevallen uitspraak. Als het bestuursorgaan het verzoek om terug te komen van een besluit op inhoudelijke gronden afwijst, dan toetst de bestuursrechter het besluit op die aanvraag of dat verzoek aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden als ware dit het eerste besluit over die aanvraag of dat verzoek. In dit geval is geen sprake van de situatie als hiervoor bedoeld. Het overwogene onder 4.3.4 betekent echter niet dat het hoger beroep van het college slaagt. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid doordat de reacties van betrokkene op het advies van [X] niet voor nader commentaar en advies aan [X] zijn voorgelegd. Het hoger beroep van het college slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt, gelet op het overwogene onder 4.3.4 met verbetering van gronden, bevestigd. Het nader besluit. In het nader besluit heeft het college het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Ook dit nader besluit kan geen standhouden gelet op het volgende. Hierbij komt dat het college ter zitting heeft erkend dat gelet op de rapporten van [X] de mogelijkheid bestaat dat betrokkene de inlogpogingen niet heeft gedaan. Onder deze omstandigheden kon het college niet langer concluderen dat betrokkene de verweten inlogpogingen op 30 maart en 31 maart 2015 heeft gedaan, zodat de feitelijke grondslag aan het plichtsverzuim is komen te ontvallen. Uit de overwegingen volgt dat het college ten onrechte niet teruggekomen is van het ontslagbesluit van 28 april 2015 voor zover dat ziet op het strafontslag per 1 mei 2015. Het beroep tegen het nader besluit van 29 september 2020 is dan ook gegrond en dat besluit zal worden vernietigd. De Raad zal zelf in de zaak voorzien door met herroeping van het besluit van 24 januari 2018 tevens het besluit van 28 april 2015 te herroepen voor zover dat ziet op het strafontslag per 1 mei 2015. Aanleiding bestaat het college te veroordelen in de kosten van betrokkene.
Advocaten
- G.P.F. van Duren
- P.M.H. Cruts
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
