ECLI:NL:CRVB:2022:1144
Centrale Raad van Beroep · 18-05-2022 · zaaknummer 20/2632 WIA
Inhoudsindicatie
Periode 1. Het Uwv wordt gevolgd in het standpunt dat het appellante in de periode van 1 augustus 2017 tot 10 oktober 2017 redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat aan haar een te hoog bedrag aan WIA-uitkering werd verstrekt. In deze periode had appellante inkomsten uit arbeid terwijl haar loongerelateerde WGA-uitkering onverminderd werd doorbetaald. Periode 2. Het Uwv heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het appellante in de periode van 10 oktober 2017 tot en met 31 januari 2019 redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat haar een te hoog bedrag aan uitkering werd verstrekt. Het Uwv was niet bevoegd om de WIA-uitkering van appellante in die periode met terugwerkende kracht te herzien.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
