ECLI:NL:CRVB:2022:1087
Centrale Raad van Beroep · 04-05-2022 · zaaknummer 19/5083 BBZ
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvragen om bijstand voor bedrijfskapitaal op grond van het Bbz 2004. Niet meer ter discussie staat dat het jaarinkomen van appellante hoger is dan de bijstandsnorm. Appellanten kunnen in hoger beroep niet meer aanvoeren dat dit niet zo was, omdat zij die grond in een eerdere fase van de procedure hebben prijsgegeven. Appellanten waren voor de voorziening in hun bestaan niet aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep, dus wordt appellant niet als zelfstandige in de zin van het Bbz 2004 aangemerkt. Alleen daarom al had appellant geen aanspraak op bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal. Het college mocht bij zijn besluitvorming op aanvraag 2 uitgaan van het FCBV-advies en kon de aanvraag afwijzen op de grond dat het bedrijf niet levensvatbaar is.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
