ECLI:NL:CRVB:2022:1047
Centrale Raad van Beroep · 28-04-2022 · zaaknummer 21/892 AW
Inhoudsindicatie
Met de rechtbank acht de Raad de opgelegde disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag niet onevenredig aan de aard en ernst van het appellant verweten plichtsverzuim. Voor appellant gold een duidelijk kenbaar verbod om ingezamelde of ingeleverde goederen voor eigen gebruik mee te nemen. Door zijn gedragingen, die zich over een langere periode hebben voorgedaan, heeft hij het vertrouwen van het college ernstig geschaad. Wat appellant naar voren heeft gebracht over de lange duur van zijn dienstverband, zijn leeftijd en zijn medische situatie, doet onvoldoende af aan de ernst van het plichtsverzuim om tot het oordeel te komen dat met een minder zware disciplinaire straf had moeten worden volstaan.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
