ECLI:NL:CRVB:2021:990
Centrale Raad van Beroep · 29-04-2021 · zaaknummer 19/2507 AW
Inhoudsindicatie
Deze uitspraak is gerectificeerd met ECLI:NL:CRVB:2021:2333. De gerectificeerde tekst is opgenomen in ECLI:NL:CRVB:2021:2334, onderstaande tekst is niet meer geldig. Ontslag. De Raad kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank dat ten tijde van het ontslagbesluit geen sprake was van een situatie waarin van het bestuur niet kon worden verlangd het dienstverband met betrokkene voort te zetten. Het bestuur is te snel tot de conclusie gekomen dat sprake was van een onherstelbare vertrouwensbreuk, zodat het bestuur niet bevoegd was betrokkene te ontslaan met toepassing van artikel 8:8 van de CAR/UWO. De rechtbank heeft het bestreden besluit dan ook terecht vernietigd en het primaire ontslagbesluit herroepen. De Raad volgt de rechtbank in haar oordeel, dat de plaatsing van betrokkene in de functie van [functie 1] stand houdt op de grond dat deze functie aan te merken is als een ongewijzigde functie en het bestuur aldus de toezegging, dat betrokkene overging in haar eigen functie, heeft nageleefd. Daarmee houdt het reorganisatieontslag eveneens in rechte stand.
Advocaten
- J.Th
- M.P. Korevaar
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
