ECLI:NL:CRVB:2021:969
Centrale Raad van Beroep · 21-04-2021 · zaaknummer 19/3132 WIA
Inhoudsindicatie
Hoger beroep van de werkgever niet-ontvankelijk. De werkgever heeft geen bezwaar gemaakt tegen de primaire besluiten en geen beroep ingesteld tegen het bestreden besluit, maar heeft er om hem moverende redenen voor gekozen als derde belanghebbende daaraan deel te nemen. Gesteld noch gebleken is dat deze handelwijze de werkgever redelijkerwijs niet kan worden verweten. Gelet hierop is het hoger beroep van de werkgever niet-ontvankelijk. Het Uwv heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de werkgever vanaf 22 september 2017 verplicht is het loon gedurende 104 weken aan werknemer door te betalen. Uit artikel 61 van de Wet WIA volgt dat het Uwv terecht met die inkomsten rekening heeft gehouden bij de vaststelling van de hoogte van de WGA-uitkering van werknemer. Dat aan werknemer met ingang van 22 september 2017 een WGA-uitkering is verleend, zonder een nieuwe wachttijd van 104 weken te hebben doorlopen, maakt dit niet anders.
Advocaten
- M.G.A. Kok
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
