ECLI:NL:CRVB:2021:895
Centrale Raad van Beroep · 06-04-2021 · zaaknummer 19/2944 NIOAW
Inhoudsindicatie
Boete, schending inlichtingenverplichting, inkomen in de vorm pensioen. Vaststaat dat appellanten niet onverwijld en uit eigen beweging bij het college hebben gemeld dat appellant met ingang van 1 januari 2018 pensioen ontving. Hieruit volgt dat het college heeft aangetoond dat appellanten de op hen rustende inlichtingenverplichting hebben geschonden. Dat de ontvangst van het pensioen enkele maanden later alsnog bij het college bekend is geworden, betekent niet dat appellanten geen melding hadden hoeven maken. Niet kan worden gezegd dat van het niet onverwijld en uit eigen beweging melden van het pensioen iedere vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Dat appellanten de informatie niet bewust hebben verzwegen, zij de werkzaamheden die zij verrichtten wel altijd hebben opgegeven en zij de Nederlandse taal niet goed machtig zijn, zijn geen omstandigheden die in onderlinge samenhang beschouwd leiden tot verminderde verwijtbaarheid.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
