ECLI:NL:CRVB:2021:891
Centrale Raad van Beroep · 21-04-2021 · zaaknummer 19/3320 JW
Inhoudsindicatie
Uit de tussenuitspraak volgt dat de rechtbank terecht het beroep van betrokkenen gegrond heeft verklaard, het besluit van 17 maart 2016 heeft vernietigd en beslissingen heeft gegeven inzake de proceskosten en het griffierecht, zodat de aangevallen uitspraak in zoverre dient te worden bevestigd. De rechtbank heeft echter ten onrechte zelf in de zaak voorzien. Vernietiging uitspraak voor zover daarbij de besluiten van 7 oktober 2015 zijn herroepen en bepaald is dat het college voorzieningen op het gebied van jeugdhulp dient toe te kennen. Het college heeft het gebrek na de tussenuitspraak hersteld en heeft de aanvraag van betrokkenen om jeugdhulp op grond van de Jeugdwet in de vorm van een pgb, waarmee zij begeleiding door de stiefvader willen betalen, terecht afgewezen. Hierin wordt aanleiding gezien de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 17 maart 2016 in stand te laten. Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
