ECLI:NL:CRVB:2021:871
Centrale Raad van Beroep · 15-04-2021 · zaaknummer 18/5409 WW
Inhoudsindicatie
Appellante heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd die de gevolgtrekking kunnen rechtvaardigen dat het bestreden besluit in strijd met artikel 6, tweede lid, van het EVRM twijfel oproept over de juistheid van de gronden voor de vrijspraak. Er bestaat een toereikende grondslag voor de conclusie dat appellante niet heeft gewerkt voor [werkgever B.V.]. Het Uwv heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat appellante geen recht had op een uitkering op grond van de WW en de ZW, zodat het Uwv gehouden was de op grond van die wetten verstrekte uitkeringen in te trekken en terug te vorderen. Aan een beoordeling van het subsidiaire standpunt over de referte-eis wordt niet toegekomen.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
