ECLI:NL:CRVB:2021:845
Centrale Raad van Beroep · 06-04-2021 · zaaknummer 18/5693 PW
Inhoudsindicatie
Intrekking en terugvordering. Op geld waardeerbare werkzaamheden. Productie synthetische drugs. Strafrechtelijke veroordeling. Periode voor en na ontmanteling. Het college heeft de intrekking van de bijstand in periode 1 mede kunnen baseren op de feiten en omstandigheden zoals in het strafrechtelijk vonnis van de rechtbank vermeld. Die feiten en omstandigheden bieden een toereikende grondslag voor de conclusie van het college dat appellant in periode 1 activiteiten heeft gehad in het kader van de productie van synthetische drugs. De stelling van appellant dat de activiteiten hem geen inkomsten hebben opgeleverd, doet er niet aan af dat die wel op geld waardeerbaar zijn. Het recht op bijstand over periode 1 is niet vast te stellen. De beroepsgrond dat het openbaar ministerie geen ontnemingsvordering tegen appellant heeft ingesteld en dat daaruit blijkt dat de activiteiten appellant geen inkomsten hebben opgeleverd, slaagt niet. Het college heeft niet aannemelijk gemaakt dat appellant in periode 2, gedurende meer dan twee jaar nadat de loods was ontruimd, nog beschikte over de opbrengst van zijn activiteiten in de vorm van inkomsten of opgebouwd vermogen uit periode 1.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
