ECLI:NL:CRVB:2021:77
Centrale Raad van Beroep · 13-01-2021 · zaaknummer 19/4053 ZW
Inhoudsindicatie
De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. Ook in hoger beroep heeft appellante haar stelling dat zij meer beperkt is dan door het Uwv is aangenomen niet onderbouwd met nadere (medische) stukken. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat geen sprake is van schending van het rechtszekerheidsbeginsel. De overwegingen die aan dit oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen worden geheel onderschreven. Ook onderschrijft de Raad het oordeel van de rechtbank over de geschiktheid van appellante voor de maatgevende arbeid op de datum in geding en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen in de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
- T.P. Boer
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
