Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2021:751

Centrale Raad van Beroep · 01-04-2021 · zaaknummer 20/685 AW

Bestuursrecht; AmbtenarenrechtGepubliceerd 06-04-2021
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Anders dan appellant is de Raad, met de rechtbank, van oordeel dat artikel 94, eerste lid, aanhef en onder h, van het Barp, gelezen in samenhang met het bepaalde in het tweede lid van artikel 94 van het Barp, aan de korpschef de bevoegdheid verleent om een betrokkene ontslag te verlenen wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, niet alleen bij het bereiken van die leeftijd, maar ook op een later moment. Ter zake van het verlenen van eervol ontslag op grond van artikel 94, eerste lid, aanhef en onder h, van het Barp, komt de korpschef een discretionaire bevoegdheid toe. Uit de stukken komt verder naar voren dat bij de implementatie van de gedragslijn in het personeelssysteem is gebleken dat is verzuimd om 80 medewerkers, onder wie appellant, te informeren over de gevolgen van het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd voor het dienstverband en daarover een besluit te nemen. Ten aanzien van deze medewerkers heeft de korpschef alsnog, aan de hand van de criteria in de gedragslijn, een belangenafweging gemaakt om te kijken of van een incidenteel geval als bedoeld in de gedragslijn sprake is. De Raad constateert dat de korpschef gaandeweg een strakkere en consistentere gedragslijn is gaan hanteren ten aanzien van doorwerken na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Aan de korpschef kan niet de bevoegdheid worden ontzegd, met het oog op het organisatiebelang een strakkere gedragslijn te gaan hanteren bij de toepassing van artikel 94, eerste lid, aanhef en onder h, van het Barp. Gelet op de financiële situatie van het korps, de algemene overbezetting binnen de politie na de reorganisatie en het belang van een evenwichtiger personeelsopbouw gaat deze strakkere gedragslijn de grenzen van een redelijke beleidstoepassing niet te buiten. Met het verschuiven van de ontslagdatum naar 1 juli 2018 is de korpschef in voldoende mate tegemoetgekomen aan het persoonlijk belang van appellant. Het betoog van appellant, dat de korpschef een toezegging heeft gedaan waaraan hij het gerechtvaardigd vertrouwen mocht ontlenen dat hij na het bereiken van de AOW-gerechtigde mocht blijven werken, wordt niet onderschreven. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.