ECLI:NL:CRVB:2021:734
Centrale Raad van Beroep · 23-03-2021 · zaaknummer 19/5261 PW
Inhoudsindicatie
Lening over de periode dat geen bijstand werd ontvangen ten onrechte aangemerkt als inkomen. Aannemelijk gemaakt dat de lening voor levensonderhoud was bedoeld. Een betrokkene heeft in beginsel geen recht op bijstand indien en voor zover hij of zij zich periodieke middelen tot levensonderhoud verschaft door leningen aan te gaan. Dit kan anders zijn indien die betrokkene in een periode waarin geen of ontoereikende inkomsten aanwezig zijn voor de voorziening in het levensonderhoud is aangewezen op het aangaan van leningen. Daartoe dient de betrokkene in ieder geval aannemelijk te maken dat hij geen ander toereikend inkomen heeft en dat het gaat om leningen die zijn verstrekt voor levensonderhoud. De rechtbank en het dagelijks bestuur zijn er ten onrechte van uitgegaan dat alleen door een vermelding ‘lening voor levensonderhoud’ op de bijschrijving aannemelijk kan worden gemaakt dat de lening is bedoeld voor levensonderhoud. Dat het geleende geld is bedoeld voor levensonderhoud kan ook op andere wijze aannemelijk worden. In dit geval blijkt uit de gedingstukken dat appellante van meet af aan en consistent heeft verklaard dat de lening was bedoeld voor levensonderhoud. Die stelling wordt ondersteund door de overgelegde bankafschriften waaruit blijkt dat appellante kort na de ontvangst van het geleende bedrag kosten van levensonderhoud heeft betaald.
Advocaten
- I.P.M. Boelens
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
