ECLI:NL:CRVB:2021:674
Centrale Raad van Beroep · 25-03-2021 · zaaknummer 19/4030 ANW
Inhoudsindicatie
Met betrekking tot de toetsing aan artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM verwijst de Raad naar hetgeen in zijn uitspraken van 11 maart 2016 en 3 februari 2017, onder punt 4.3.6 tot en met 4.3.10, is opgenomen. De Raad ziet geen grond om in dit geding tot een andere beoordeling te komen. In dit geval heeft de Svb voorafgaande aan het bestreden besluit toereikend individueel feitenonderzoek verricht. Met de door haar verstrekte informatie heeft appellante haar financiële situatie niet volledig inzichtelijk gemaakt. Van de door haar gestelde schulden heeft zij aangegeven deze niet te kunnen onderbouwen. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan, ondanks een inkomen van ruim boven het bruto minimumloon in haar woonland, zou moeten worden aangenomen dat appellante een onevenredig zware last moet dragen, is dan ook niet gebleken. Voor zover appellante, met wat zij heeft aangevoerd over een telefoongesprek met een medewerker van de Svb, een beroep heeft willen doen op het vertrouwensbeginsel, kan dit niet slagen. De overwegingen leiden tot de conclusie dat het hoger beroep van appellante niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
