ECLI:NL:CRVB:2021:671
Centrale Raad van Beroep · 23-03-2021 · zaaknummer 19/3036 AOW
Inhoudsindicatie
De gronden die appellanten in hoger beroep hebben aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat appellanten in beroep hebben aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Appellanten hebben geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van die gronden in de aangevallen uitspraken onjuist dan wel onvolledig zou zijn. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen, zoals onder 2 weergegeven, waarop dat oordeel rust. De Svb mocht de verzoeken van appellanten van 16 mei 2018 dan ook afwijzen met verwijzing naar zijn besluit van 22 maart 2018. De Raad voegt daaraan toe dat in wat appellanten hebben aangevoerd geen aanleiding wordt gevonden voor het oordeel dat de bestreden besluiten in zoverre evident onredelijk zijn. De hoger beroepen van appellanten slagen niet, zodat de aangevallen uitspraken moeten worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
