ECLI:NL:CRVB:2021:659
Centrale Raad van Beroep · 24-03-2021 · zaaknummer 19/727 WIA
Inhoudsindicatie
Appellant heeft ná 21 maart 2011 en vóór 23 februari 2018 geen nieuwe wachttijd van 104 weken volgemaakt. Daaruit volgt dat de eerste dag na afloop van de wachttijd als bedoeld in artikel 54, tweede lid, van de Wet WIA meer dan vijf jaar ligt voor 27 november 2017. Op 27 november 2017 kon appellant dan ook geen aanspraak meer ontlenen aan het bepaalde in artikel 55, eerste lid, aanhef en onder b, onder 1, van de Wet WIA. Dat het Uwv op 29 januari 2015 heeft laten weten dat appellant geen recht op WIA-uitkering heeft per 4 januari 2013 maakt dit niet anders. De vijfjaarsperiode van artikel 55, eerste lid, aanhef en onder b, onder 1, van de Wet WIA vangt immers niet aan na een afwijzende beslissing over het recht op WIA-uitkering, maar na het vervullen van de wachttijd. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
