ECLI:NL:CRVB:2021:653
Centrale Raad van Beroep · 16-03-2021 · zaaknummer 19/1952 PW
Inhoudsindicatie
Intrekking. Onduidelijke woon- en verblijfsituatie. Inschrijving in BRP niet in overeenstemming gebracht met het feitelijke woonadres. Appellante heeft haar inschrijving in de BRP niet binnen de gestelde termijn in overeenstemming heeft gebracht met haar feitelijke woonadres. Dit betekent dat het college, gelet op artikel 40, vijfde lid, van de PW verplicht was om de bijstand in te trekken met ingang van de dag waarop de betaling van de bijstand is opgeschort. Ook is de feitelijke woon- en verblijfsituatie van appellante in periode daarvoor onduidelijk gebleven, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Het college was op grond van artikel 54, derde lid, in samenhang met artikel 17, eerste lid, van de PW verplicht de bijstand over die periode in te trekken. Feitelijke woon- en verblijfsituatie van appellante in de hier te beoordelen periode onduidelijkheid is gebleven. Daarom heeft het college niet kunnen vaststellen of zij recht had op bijstand.
Rechters
Advocaten
- E.B. Jobse
- N.D. Fritz
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
