ECLI:NL:CRVB:2021:620
Centrale Raad van Beroep · 17-03-2021 · zaaknummer 19/3052 WAO
Inhoudsindicatie
Vastgesteld wordt dat bij het in rechte vaststaand besluit van 6 juni 2019 alsnog een inhoudelijke beoordeling heeft plaatsgevonden over de vraag of binnen vijf jaar na intrekking van de WAO-uitkering met ingang van 27 maart 2011 een periode is aan te wijzen waarin appellante gedurende vier weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest ten gevolge van dezelfde ziekteoorzaak als de arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan uitkering werd genoten als bedoeld in artikel 39a, eerste lid, van de WAO. Bij dat besluit is die vraag voor appellante ontkennend beantwoord. Het procesbelang van appellante is komen te vervallen. Dit betekent dat appellante geen in rechte te respecteren procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van dit hoger beroep. Het hoger beroep van appellante zal niet-ontvankelijk worden verklaard.
Rechters
Advocaten
- C.J. Driessen
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
