ECLI:NL:CRVB:2021:619
Centrale Raad van Beroep · 17-03-2021 · zaaknummer 19/3471 ZW
Inhoudsindicatie
Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd is goeddeels een herhaling van de gronden die hij in bezwaar en beroep heeft aangevoerd. Er is geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellant afdoende besproken en overtuigend gemotiveerd waarom deze niet slagen. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak terecht geoordeeld dat geen aanleiding bestaat voor twijfel aan de zorgvuldigheid van het verzekeringsgeneeskundig onderzoeken en de op grond van die onderzoeken vastgestelde belastbaarheid van appellant, zoals neergelegd in de FML van 7 maart 2019, en dat er geen aanleiding is voor het benoemen van een deskundige. Ook wordt de rechtbank gevolgd in het oordeel dat er voldoende functies resteren, die de schatting kunnen dragen, en dat de belasting in deze functies binnen de vastgestelde belastbaarheid blijft. De door appellant in hoger beroep overgelegde informatie van het CVS/ME Centrum betreft onderzoeksresultaten van september 2020, derhalve zeer ruim na de datum in geding. In de niet nader onderbouwde stelling van appellant dat de maatman moet worden heroverwogen, wordt geen aanleiding gezien om niet uit te gaan van de juistheid van het standpunt van het Uwv om de medewerker horecabediening als maatgevende arbeid aan te merken. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
